De wetenschappelijke revolutie

In dit artikel geef ik de wetenschappelijke revolutie weer die plaatsvond in de 17de eeuw. Voor de opening over dit onderwerp had Isaac Newton een zin die luide als volgt: ‘ I can calculate the motion of haevenly bodies, but not the madness of people’.

De revolutie

In de 17de eeuw vond de wetenschappelijke revolutie plaats. Dit is een nieuwe manier van kennis verzamelen, dit vond enkel plaats in West-Europa. Een reden voor een nieuwe manier is eigenlijk het gevolg van problemen met de kalender.

De Juliaanse kalander

Op dat moment gebruikte men nog de Juliaans kalender vernoemd naar de keizer Julius Caesar. 1 jaar telde 365 dagen en om de 4jaar een schrikkeljaar, maar rond de periode 1500 was de kalender 10-11 uit balans. Niemand verstond hoe dit werkte en dit vroeg om een onderzoek. Een belangrijke bron voor dit wetenschappelijk onderzoek was Almagest van Ptolemaeus, uit dit boek is het geocentrisch model ontstaan.

Geocentrisch model

Hier gaan de wetenschappers er van uit dat de aarde het centrum is van het universum, met daarrond de maan, Mercurius, Venus, zon, Mars, Jupiter en Saturnus.

Er waren heel wat argumenten voor het geocentrisch model. Enerzijds is de aarde in het centrum, want anders zouden de steren groter of kleiner worden afhankelijk van waar de aarde zich bevindt. Anderzijds staat de aarde stil en draait het niet rond de eigen as, want anders zouden de mensen er van af vliegen.

Problemen met het Geocentrisch model

Een van de problemen met dit model is dat de dwalende sterren niet in een rechtlijnig patroon bewegen aan de hemel. Gewoonlijk verschuiven ze naar het oosten in opeenvolgende nachten, maar dit is niet aan een vaste snelheid en soms hebben ze terugkerende bewegingen. Dit betekent dat de banen van de sterren niet cirkelvormig zijn, daarom heeft Ptolemaeus het Epicycli (de dwalende sterren maken zelf nog een baan) aan zijn boek toegevoegd.

Nicolaus Copernicus

Hij is een Poolse geleerde (1473-1543) met interesse voor het kalender probleem. Hij is was een voorstaander van het heliocentrisch model, dit wil zeggen dat de zon in het centrum van het universum staat in plaats van de aarde. Hiervoor had hij een alternatieve theorie: De aarde draait rond de zon in 1 jaar en de aarde om zijn eigen as in 1 dag. Copernicus schreef teksten over zijn theorie, maar hij publiceerde deze maar 30jaar later. Een reden hiervoor kan zijn dat hij bang was voor de reactie van de katholieke kerk of dat hij nog niet genoeg evidentie had. Wel had Copernicus nog altijd deze Epicycli nodig om deze dwalende sterren te beschrijven. Zijn theorie had weinig impact, omdat het model van Ptolemaeus nog steeds werd gebruikt voor de berekening van de Gregoriaanse kalender (aanpassing Juliaanse kalender).

Johannes Kepler

Kepler was een Duitse astronoom (1571-1630) die interesse toonde in het model van Copernicus. Door zijn inzichten waren de Epicycli niet meer nodig om dwalende sterren te beschrijven.

Galileo Galilei

Galilei was een Italiaanse natuurkundige (1564-1642) bouwde zijn eigen telescoop, hierdoor heeft hij heel wat bevindingen gedaan. Een van zijn bevinding is dat er meer sterren in het universum waren dan dat men beweerde, ten tweede dat de oppervlakte van de maan niet vlak is (zoals Aristoteles beweerde) maar het bevat bergen en kraters. Ten derde is de grootte van Mars en Venus niet altijd gelijk, dus is de afstand tot de aarde ook niet altijd gelijk (aarde soms verder of dichter).

Problemen met de katholieke kerk

In 1615 werd Galilei gewaarschuwd door de kerk om niet meer over het model van Copernicus te publiceren (het boek werd zelfs verboden). 17 jaar later publiceert Galilei een boek in dialoogvorm waarin het heliocentrisch en geocentrisch model wordt verdedigd. Hierdoor wordt hij naar Rome geroepen en krijgt hij levenslange huisarrest. Dit is een hele felle reactie van de kerk.

Waarom deze reactie van de kerk?

De kerk bleef een voorstander van het geocentrische model en hierdoor werd het gezag en traditie in twijfel getrokken door Galilei. De paus wilde ook niet gezien worden als zwak. In het boek van Galilei wordt de persoon die de geocentrische (kerkelijke) visie verdedigt simplicus genoemd (iemand die simpel is).

Waarom in 17de eeuws Europa?

Hiervoor zijn enkele factoren die al dit gebeuren bevorderd hebben. Ten eerste was er een enorme bevolkingsgroei + de groei van steden (mensen leefden goed, geen ziektes meer). Ten tweede ontstonden de handelaars als de bevolkingslaag tussen de handwerkers en de intellectuele elite (zo was er meer contact tussen de handwerkers en wetenschappers= goed voor experimenten). Ten derde heerste er een zwakke religie. Als laatste was er een bevordering voor de bijscholing van de mens, voorbeelden zijn hiervoor beter instrumenten (kompas, telescoop, …) en ook het bestaan van universiteiten. Nog een belangrijk element is dat de wetenschappelijke inzichten overleefden door onder andere de boekdrukkunst + een daling van rampen en veroveringen.

Kunnen we spreken van een revolutie?

Niet alle inzichten waren nieuw, misschien was er al iets ontdekt door iemand maar werd dit niet opgeschreven of is dit verloren gegaan. We kunnen opnieuw de vraag stellen: Hadden we nu nog een wereld kunnen hebben zonder de impact van de wetenschappers of is de wetenschappelijke benadering een onvermijdbare stap in de menselijke kennisopbouw?

Bronnen

  • Brysbaert, M., & Rastle, K. (2012). Historical and Conceptual Issues in Psychology.

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *